Nieuw aan het werk voor onze kerk

foto-juupIn gesprek met Juup van Werkhoven door Herman Schippers Op een druilerige middag in november zaten we een genoeglijk uurtje bij elkaar, Juup en ik in de kleine vergaderruimte van het Kerkelijk Centrum. Buiten alles grijs, de ruiten nat en binnen een pot thee op een klein vlammetje. Koekje erbij. Juup is vanaf 1 december de bijstand in het pastoraat, al kan zij zelf niet zo goed uit de voeten met die term; hulpdominee is misschien beter, maar we zullen zien wat het wordt. En zo raken wij al snel aan de praat. Als ik vraag iets over haar achtergrond te vertellen, steekt Juup van wal. ‘Ik ben geboren in Haarlem in een vrijzinnig Hervormd gezin; niet erg kerkelijk, maar wel een gezin waar het gesprek over geloof en cultuur aan de eettafel werd gevoerd. Ik had altijd veel interesse en veel vragen. Mijn moeder had een liefde voor poëzie en die heeft zij aan mij doorgegeven. Ons gezin verhuisde nogal eens. Vanuit Voorschoten ben ik naar de middelbare school in Leiden geweest. Daarna studie bedrijfseconomie en boekhouden met als specialisatie ICT. In die branche heb ik 15 jaar gewerkt als consultant, bij een bureau en ook via mijn eigen bedrijf. Intussen had ik mijn man Jaap ontmoet en we kregen drie kinderen, Jaap, Judith en Jan. Zij zijn inmiddels 33, 30 en 27 jaar. Toen wij in Aerdenhout kwamen wonen, zijn we naar de Adventskerk gegaan. Op latere leeftijd ben ik theologie gaan studeren. Dat lijkt een ommezwaai, maar in werkelijkheid viel dat wel mee. Ik ben altijd bezig geweest met geloofsvragen. Toen wij nog in Voorschoten woonden werden wij lid van een Samen Op Weg gemeente. Daar werden wij door de Raad van Kerken gevraagd als begin 20’ers te helpen met een jeugdactiviteit. Alle 18-jarigen, kerkelijk of niet, werden uitgenodigd deel te nemen aan een soort gespreksgroepen en daar zijn we op ingegaan. En later als je zelf kinderen hebt, komen de geloofsvragen als vanzelf. Toen werd mijn man voor zijn werk naar de VS gestuurd, maar binnen een jaar was dat weer afgelopen. Ik heb toen een tijdje niet gewerkt om er voor de kinderen te zijn en uit interesse ben ik theologie aan de Universiteit van Amsterdam gaan studeren. Daarna zijn we weer naar Amerika gegaan en daar kon ik mijn theologiestudie aan Yale Divinity School voortzetten. Weer terug in Nederland heb ik de studie afgemaakt en langzaam kwam het verlangen om predikant te worden. Eerst in Zeist en later in Londen. Daar heb je een oude Nederlandse Protestantse kerk die al gesticht is in 1550. Daarmee is deze kerk de oudste Nederlandse Protestantse kerk, die nog steeds functioneert. Van daaruit ben ik naar Edam gegaan. Toen ik daar kwam was het samengaan van Lutheranen, Gereformeerden en Hervormden geregeld, behalve de gebouwenkwestie. Dat laatste heeft nog heel veel overleg en pastorale begeleiding gevraagd, maar tenslotte is er een oplossing gevonden. Ik ben blij dat het goed is afgerond. Ik was in Edam de enige predikant, werkte meer dan fulltime, maar op een gegeven moment wilde ik meer tijd voor mijn familie. Daarom heb ik besloten om vervroegd met emeritaat te gaan. Inmiddels had ik de opleiding tot interimpredikant gedaan. Het was de bedoeling dat ik zo, mede op grond van vroegere ervaring, mij kon bezighouden met organisatie en beleid. Zo zou ik veel flexibeler en meer parttime mijn diensten aan de kerk kunnen aanbieden. Ik heb kortgeleden ook enkele opdrachten uitgevoerd en toen kwam deze vacature langs. Die kans heb ik gepakt. Hier kan ik deel uitmaken van de gemeente waar ik woon en ik ben geen voorbijganger. De focus van mijn werk zal liggen op pastoraat en ouderen. Maar pastoraat is ruimer dan bezoekwerk en wat verstaan we onder ouderen? De groep 70+ is divers en de behoeften liggen dan ook heel divers. Is een strakke scheiding in doelgroepen op basis van leeftijd wel wenselijk? Het mooie is nu juist dat in de kerk generaties elkaar ontmoeten. Het lijkt me heel spannend om verbindingen te leggen. Soms zie je grootouders in de kerk met hun kleinkinderen. De vraag is wat je daarmee kunt doen. Een ander punt is dat mensen nu veel langer zelfstandig thuis blijven wonen, terwijl ze moeilijk de deur uit kunnen. Hoe bereik je hen? Hoe gaan we met deze veranderende doelgroep om? Vroeger zat deze groep in een verzorgingshuis bij elkaar, maar nu niet meer. In verpleegtehuizen is er ook een nieuwe situatie. Daar moet de overheid zorgen voor de geestelijke verzorging, maar je moet je wel afvragen wat de rol van de kerk daar is. Ik zie ernaar uit om samen te bepalen hoe we pastoraat en ouderenzorg gaan vormgeven. Kijken naar de dingen waar we goed in zijn en die verder uitbouwen. Ik heb ook gelezen over de Rooseveltweek. Dat lijkt me prachtig. De fotoreportage die ik zag is meteen inspirerend. Niet alles kan meer zoals vroeger. We zouden misschien meer vraaggestuurd kunnen werken in plaats van aanbodgestuurd. Je wilt als kerk toch aanwezig zijn waar dat nodig is. In Edam bijvoorbeeld hadden wij een laagdrempelig pastoraal meldpunt ingesteld en ik heb nog nooit zoveel bezoekvragen gehad nadat we dat hadden gedaan. Ik zal hier ook uitvaarten begeleiden. Ik heb aan uitvaarten de mooiste herinneringen. Het is een inspirerend deel van mijn werk. Je krijgt vaak met kinderen en kleinkinderen te maken. Het is dus ook een missionaire kans. Je kunt het leven van de overledene in het zicht van zijn of haar geloof zin geven. De ene keer krijg je heel veel gepresenteerd vanuit de kinderen of de overledene zelf. Soms wordt je slechts weinig aangereikt, maar ik probeer er altijd iets mee te doen. Een uitvaart is maatwerk, je moet veel luisteren en dat kost tijd. Je wilt recht doen aan de overledene, maar ook aan de nabestaanden. Ik kijk uit naar mijn werk, ik wil graag heel open beginnen in deze gemeente waar ik zelf deel van uit wil maken.’