Preek van de week

Wekelijks staat hier de preek van afgelopen zondag. Om rustig na te lezen.

© Ad van Nieuwpoort

Bij Handelingen 12 : 1 – 19    Zondag 27 augustus 2017, Bloemendaal

 

1)         Op dat moment

sloeg de koning Herodes de hand

aan sommigen van de gemeente,

om hen kwaad te doen.

2)         Hij doodde Jacobus, de broeder van Johannes,

met het zwaard.

3)         En toen hij zag dat dit de Judeeërs welgevallig was,

ging hij voort door ook Petrus vast te nemen.

– Het waren de dagen der ongezuurde broden. –

4)         Hij pakte hem op

en zette hem in de gevangenis

en leverde hem over aan vier viertallen soldaten

om hem te bewaken,

met het plan hem na het Pascha aan het volk voor te leiden.

5)         Petrus nu werd in de gevangenis bewaakt.

Maar door de gemeente werd voortdurend voor hem tot God voorbede gedaan.

6)         Toen Herodes hem wilde voorgeleiden,

sliep Petrus die nacht tussen twee soldaten

geketend met twee boeien

en gevangenbewaarders bij de deur

bewaakten de gevangenis.

7)         En zie!

De engel van de HEER trad toe

en licht straalde in het vertrek.

Hij sloeg de zijde van Petrus,

wekte hem op, zeggende:

Sta snel op!

En de boeien vielen hem van de handen.

8)         De engel nu zei tot hem:

Omgord je en bind je sandalen onder.

Hij deed aldus.

En hij zei tot hem:

Sla je mantel om en volg mij!

9)         En hij ging uit en volgde hem.

Hij wist niet dat het waar(achtig) was

wat door de engel geschiedde,

hij dacht een visioen te zien.

10)       En toen zij door de eerste en de tweede gevangenis gingen,

kwamen zij bij de ijzeren poort, die naar de stad voerde,

die automatisch voor hen openging.

En zij gingen uit.

En toen zij één straat verder waren gegaan

trad terstond de engel weg van hem.

11)       En Petrus, tot zichzelf gekomen, zei:

Nu weet ik waarlijk,

dat de HEER zijn engel uitgezonden heeft

en mij bevrijd heeft uit de hand van Herodes

en uit al wat het volk van de Judeeërs verwachtte.

12)       Met dit inzicht ging hij naar het huis van Maria,

de moeder van Johannes,

bijgenaamd Markus

waar genoeg bijeen waren

voor de voorbede.

13)       En toen hij klopte aan de deur van het voorportaal,

kwam een meisje met de naam Roosje horen wie er was.

14)       En toen zij de stem van Petrus herkende,

deed ze van blijdschap de poort niet open.

Ze rende zij naar binnen

om te berichten dat Petrus voor de poort stond.

15)       Zij zeiden tot haar:

Je raaskalt!

Maar zij hield vol dat het zo was.

Zij nu zeiden:

Het is zijn engel.

16)       Maar Petrus bleef kloppen.

En toen zij opengedaan hadden,

zagen zij hem

en waren buiten zichzelf.

17)       Hij gebaarde hen met zijn hand dat zij zwijgen moesten.

En hij vertelde hen

hoe de HEER hem had uitgeleid uit de gevangenis,

hij zei:

Verkondig deze dingen aan Jacobus en de broeders.

En hij ging uit

en vertrok naar een andere plaats.

18)       En toen het dag geworden was

ontstond er geen kleine opschudding onder de soldaten:

wat er met Petrus geschied was.

19)       Herodes zocht hem en vond hem niet,

hij verhoorde de bewakers in verhoor

en beval hen weg te leiden.

En hij ging weg uit Judea en verbleef in Caesarea.

 

 

Preek

‘No tinc por!’ Dat waren de woorden die vorige week en ook dit weekend klonken uit tienduizenden kelen op Placa Catalunya in Barcelona. ‘Ik ben niet bang!’ Het werd het Leitmotiv van de reacties op de ontwrichtende aanslagen van vorige week. ‘Ik ben niet bang!’ Ik zag de gezichten, de tranen in de ogen. Ik zag allemaal hoogst kwetsbare mensen. Het was even alsof ik er zelf tussen stond. Allemaal mensen die proberen hun angst te boven te komen door te roepen: ‘Ik ben niet bang!’

En dat terwijl we er zo langzamerhand achter komen dat het plan was om zo’n beetje heel de monumentale binnenstad van Barcelona op te blazen. Die tienduizenden kelen hadden ook kunnen roepen: meer politie! Of: alle Moslims eruit! Ook dat soort woorden hebben in onze recente geschiedenis regelmatig geklonken uit tienduizenden kelen. Maar niets van dit alles. We hoorden: ‘Ik ben niet bang!’

 

Ik moest denken aan die woorden die Lukas op het eerste gezicht onopvallend schrijft in de marge van zijn verhaal over de bevrijding van Petrus. Hij schrijft: ‘Het waren de dagen der ongezuurde broden…’ Je leest er zomaar overheen. Maar in dit zinnetje schuilt volgens mij de sleutel van wat Lukas met dit verhaal wil zeggen. Ongezuurde broden, dat wil zeggen: het is Pascha. Het is Paastijd. Tijd van de exodus. Tijd van dat grote verhaal van Uittocht uit de benauwdheid. Dat verhaal waar heel de bijbel vol van is. Het verhaal dat zegt dat het niet bij het oude blijft maar dat bevrijding op komst is. En dan niet ooit ergens, maar nu en hier. Het is die andere werkelijkheid die steeds weer binnenbreekt in de context waarin wij leven om ons benauwde bestaan van binnenuit open te breken. Let op: het is Paastijd.

 

Maar je vraagt je af: maar waar zie je dat dan? Moet je even deze week naar Raqqa afreizen waar mensen worden gebruikt als menselijk schild. Gevangen in een soort kansspel om hun leven. Waar zie je die exodus? Hoezo Paastijd?

 

Ook in het verhaal van Lukas duikt weer zo’n schurk op. We kennen zijn naam nog van de kindermoord in Bethlehem uit het evangelie naar Mattheüs. In koelen bloede doodt hij zomaar Jacobus om de gunst van het volk. En zoiets is hij nu ook met Petrus van plan. Die tegenbeweging van de Messias Jezus moet een kopje kleiner worden gemaakt. Het is een gevaarlijk geluid. Ze stellen vragen bij de bestaande ordeningen. En dat kunnen we niet hebben. Dat moet tot zwijgen worden gebracht. En het volk juicht. Precies wat Herodes hoopte. Hoezo Pasen? Hoezo dagen der ongezuurde broden? We zien het tegendeel! We staan aan een graf. We zitten bij een ziekbed. We maken mee hoe liefdeloos kinderen soms worden opgevoed en dat vervolgens weer overdragen op hun kinderen. Hoezo Pasen?

 

En dan zien we Petrus zitten in de binnenste kerker. Hij is overgeleverd aan zestien soldaten. Wordt vastgezet met ketenen en bewaakt door twee gevangenisbewakers. In een notendop het leven in gevangenschap. Een situatie waarin je geen kant uit kan. Alles zit potdicht. Jean Paul Sartre heeft het treffend in beeld gebracht in zijn toneelstuk Huis Clos, gesloten deuren. Een journalist, een postbode en een rijke vrouw zitten na hun dood in één kamer waar ze maar niet uit kunnen. Verbeelding van het leven op aarde. We hebben geen hel nodig, aldus Satre. We zetten voortdurend elkaar vast in een hel. Het is het leven dat opgesloten zit. We denken dan wel vrij te zijn en autonoom. Maar vergeet het maar. We zitten gebonden aan van alles en nog wat. Onze achtergrond, onze denkbeelden, onze banen, onze agenda’s, onze ziektes, onze netwerken, het oordeel van anderen. Noem maar op.

Je denkt vrij te zijn maar je kan geen kant op.

Daar zit Petrus. In de binnenste kerker. Het is wat de boeken van Mozes bedoelen met: Egypte. Mitsraim. Benauwdheid. Maar het opvallende is: Petrus is niet alleen. Lukas schrijft:

Door de gemeente werd voortdurend voorbede voor hem gedaan…

Petrus wordt, zonder dat hij het weet, vergezeld door de voorbeden van de gemeente. Een treffend beeld is dat. Hoe krachtig is het niet als je weet dat anderen aan je denken en voor je bidden. Dat doet wat. Dat is geen loos gebaar maar een dragende kracht. Het is het gebed als verzet, zoals Miskotte het noemt in De Weg van het gebed. Gebed als een daad van verzet tegen de bestaande orde. Want laten we wel wezen: dat Petrus ooit uit die gevangenschap zal worden bevrijd is natuurlijk uitgesloten. Hij zit muurvast. Kan geen kant uit. Maar toch bidt de gemeente daar tegenin. Het is als het roepen ‘Wij zijn niet bang’ terwijl er alle reden voor is. Miskotte schrijft: ‘Bidden betekent: niet berusten. Het is een acte van vrijheid tegenover het bestaande, het gegevene. Het gebed is een ondergronds verzet als een intelligente guerilla.’

En daarin wordt ons iets gewaar van wat Lukas bedoelt met: Het waren de dagen der ongezuurde broden. In die werkelijkheid waarin je zit, breekt ineens licht door. Die werkelijkheid blijkt niet het een en het al. Er is iets dat misschien wel sterker is dan die werkelijkheid. Pasen leert ons anders naar de werkelijkheid te kijken. De werkelijkheid is ineens niet meer een voldongen feit waarin je maar berusten moet. Maar zou nog wel eens van zijn laatste woord beroofd kunnen worden.

 

Ineens staat daar dan die engel. Personificatie van dat Paas-visioen. Het woord werd vlees, om het maar zo te zeggen. Dat visioen gaat nu ook echt zijn werk doen. Die engel slaat de zijde van Petrus en zegt: Sta snel op. Het is dezelfde engel waar Jakob mee worstelt bij Jabbok. Het is dezelfde engel die Elia op zijn benen zet en Jezus vanuit de hemel een handje helpt in de tuin des doods. Die engel staat ineens naast Petrus. En wat moet Petrus doen?

Hij moet zijn Paasattributen aantrekken: zijn mantel omgorden en zijn sandalen onder de voeten. Allemaal letterlijk exodus. Petrus moet zijn Pesachpak aantrekken en gaan. En Petrus gaat vervolgens dwars door alle gevangenissen heen. Prachtig beeld. Hier gebeurt wat niet kan. Hier geschiedt een onmogelijke mogelijkheid. Van de ketenen horen we niets meer. En ook van de bewakers vernemen we geen woord. Soeverein wandelt Petrus de gevangenis uit. Zoals Jezus wandelt over het water van de zee.

En die gemeente maar bidden. Roosje is de enige die het kloppen op de deur hoort. En als zij Petrus ziet, doet ze van blijdschap de deur niet open. De gemeente bidt wel, maar rekent er natuurlijk niet mee dat Petrus ook werkelijk voor de deur staat. Dat krijgen wij vandaag terug in een kritische spiegel. We praten er wel over en we bidden er wel voor, maar zijn die woorden ook daadwerkelijk van invloed op wat wij doen en waar wij mee rekenen? Hoe lezen wij onze kranten? Laten we ons door de angst gevangen nemen of zoeken we naar paasberichten waarmee we onze angst te boven komen? Hoe lezen wij onszelf in situaties van bezorgdheid, van rouw en ziekte? Zoeken we naar het licht of laten we ons door de duisternis overmannen. Vandaag komt de engel van Petrus ons een beetje licht in de duisternis brengen. Vandaag raakt hij ons allemaal even aan en zegt: He jij daar: sta snel op! Doe je Paasjas en houd de uittocht hoog. Tja, het zal gaan met vallen en opstaan. Ook Petrus dacht dat het een droom was. Maar wanneer die nieuwe paaswerkelijkheid binnen komt waaien, gebeuren er dingen die tegengesteld zijn aan de situatie waarin je zit. Er wordt gelachen bij een sterfbed. Gezongen op een graf. Er worden kaarsen aangestoken in de nacht. En ja in een angstige stad gaan ineens mensen roepen: No tinc por! Ik ben niet bang.

 

Ad van Nieuwpoort