Preek van de week

Vind hier een preek van een zondag. Om rustig na te lezen.

© Ad van Nieuwpoort

Kerstavond 2017

I

Ze wilden een koning. De profeet Samuel had nog zo gezegd: ‘Doe het niet! Wij doen het anders. Wij hebben een visioen en dat is veel belangrijker dan een koning. Wij hebben geen koning nodig. Wij leven met een woord. Een woord dat zegt: Heb je naaste lief, want hij is zoals jij bent. En dát woord moet ons regeren. Daar hebben we genoeg aan.’ Maar het volk hield aan: ‘Wij willen een koning. Alle volken om ons heen hebben er een. Waarom wij niet? We willen paleizen, tronen, paarden en wagens. Daar kunnen we tenminste mee voor de dag komen. Heb je naaste lief is leuk en aardig, maar het staat zo kaal’. En opnieuw waarschuwt de profeet: ‘Kijk nou eens goed naar al die koningen. Kijk nu eens wat ze doen. Ze onterven je zonen, verkrachten je vrouwen, pakken je land af en gaan er met jouw bezit vandoor. En uiteindelijk ben je al je moraliteit kwijt. Wil je dat? Weet je het echt zeker?’ Ja, ze wisten het zeker. Ze wilden zo graag wat die anderen ook hebben. En ze kregen een koning. Ze kregen de koning die ze verdienden. Een rijzige gestalte met stevig postuur. Precies zo’n koning die ze wensten. Geen kwade man. Maar ook niet bepaald iemand met een visie. Een beetje een grijze muis die als het erop aankomt wegkijkt. Saul heet hij. Zijn naam betekent zoiets als: ze vroegen erom. Hij ziet er heel krachtig uit maar op cruciale momenten blijkt hij een angsthaas te zijn. Je hebt er niet veel aan. En je praat hem zo om. Hij lijkt heel wat maar de macht in zijn land ligt heel ergens anders. Door zijn grijze muizigheid staan er allerlei andere mensen op die de macht naar zich toetrekken. En met die macht aan de haal gaan.

Muziek

II

Het is een oud verhaal uit het profetenboek Samuel. Maar zo actueel. Die compromis-werkelijkheid van Saul, die kennen we. Het is makkelijk om anderen te veroordelen met onze beschaafde principes maar laten we ons op deze Kerstavond nou ook niet beter voordoen dan wij zijn. We zitten allemaal opgesloten in een gecompromitteerd bestaan. Alleen al het feit dat wij op het mooiste plekje van de wereld wonen. Van de week nog bevestigd door een Amerikaanse krant. Hoe langer ik hier woon, hoe minder ik me kan voorstellen hoe het is om in wijken te wonen waar criminaliteit aan de orde van de dag is. Laatst moest mijn dochter onderweg naar Rotterdam ineens plotseling heel nodig. En dan sta je ineens in een grijzig winkelcentrum in Schiedam voor een supermarkt met hekjes die anderen voor je moeten openen, anders kom je er niet in. Na de zoveelste inbraak konden ze niet anders. Je weet niet wat je meemaakt. Plaatsen waar vrouwen in het donker alleen de straat niet meer op durven. En wij maken ons druk om een tuinhek. We hebben prachtige ideeën over de wereld, het milieu en hoe het allemaal beter zou kunnen. En met een voldaan gemoed parkeren we onze duurzame Tesla’s op ons lommerrijke erf . Ver weg van een wereld waarin er van alles mis is. We doen ons best om zo menselijk mogelijk in het leven te staan.

Is dit het begin van een donderpreek? Vrees niet. Ik doe alleen een heel ongenuanceerde poging om een aloud profetenverhaal wat naar ons toe te trekken. Het kon nog weleens over ons gaan. We zitten in een baan verbonden aan een organisatie die het niet al te nauw neemt met mensenrechten. Maar je hebt ook een gezin en een hypotheek. Ik heb mooie verhalen over hoe we hier vluchtelingen kunnen opvangen, maar mijn bewoonbare zolder staat ook nog steeds vol met spullen die ik niet nodig heb. Het is allemaal een beetje Saul. Koning Saul. De koning die het volk zo graag wilde. Het volk kreeg wat het verdiende. Maar het visioen

verbleekte. En zoals een oud bijbels gezegde luidt: als het visioen verdwijnt, verwildert het volk. Muziek

III

De voormalig president van Facebook Sean Parker geloofde ooit heilig dat de grote ontdekking van Mark Zuckerberg de cohesie in de wereldsamenleving zou gaan bevorderen. Inmiddels is hij samen met een aantal andere topmensen uit Facebook gestapt omdat, in hun woorden: ‘wij dingen hebben ontwikkeld die het sociale weefsel van de samenleving verscheuren in plaats van versterken. Het Californisch high tech- genootschap ondermijnt de democratie en de sociale cohesie. Inmiddels zijn wij allemaal volgelingen geworden van de grote wereldreligie van Silicon Valley. Haar belijdenis luidt, aldus Hans Schnitzler van Follow the Money: Er is geen andere godheid dan data en Algoritmus is zijn profeet. In deze religie geloven wij niet meer in mensen maar in gegevens. De patiënt is verworden tot patientgegevens, de lezer tot leesgegevens, de muziekliefhebber tot luistergegevens en het kind tot kindgegevens. De mens is niet meer dan een klont gegevens, een hoopje informatie. Onze hoge datapriesters weten exact waar u bent, waaraan u denkt en waarnaar u verlangt. En dit alles met het idee dat zij ons zo kunnen behoeden voor verkeerde keuzes of onwelkome verrassingen. De data-hogepriesters kennen ons beter dan wij onszelf kennen en zijn de poortwachters van alle informatie en kennis die voorhanden is. Ze weten wat we deze week aan de Kerstinkopen hebben uitgegeven, welke medicijnen we slikken en welke boeken we lezen. Wij dachten de gereformeerde predestinatieleer van ons te hebben afgeschud maar ons leven is door de Silcon Valley religie meer bepaald dan ooit. De oude goddelijke voorzienigheid verbleekt bij wat deze hogepriesters ons kunnen laten doen en denken. In de cloud worden al onze daden en zonden voor eeuwig bewaard. Vindbaar voor wie er wat voor overheeft. ‘The Zuck’ heeft inmiddels zo’n twee miljard volgelingen. En boven de tempels

van zijn religie staat geschreven: Data maken vrij. We trappen er allemaal massaal in. Met alle gevolgen van dien.

Ook de #metoo campagne was ondenkbaar geweest zonder Silicon Valley. Vrouwen zijn massaal opgestaan om hun Nee tegen seksuele intimidatie te laten horen. En terecht. Maar omdat er niemand was die deze signalen goed in kaart kon brengen en kon wegen op authenticiteit is tegelijkertijd publieke vernedering van vermeende daders aan de orde van de dag. Buiten elke rechtspraak om wordt op het dorpsplein dat internet heet ieder willekeurig persoon genadeloos tentoongesteld. Met alle gevolgen van dien. We doen er allemaal aan mee en zitten in het systeem. Maar is dit wel wat we ooit wilden? En is er nog een uitweg? Wij menen de regie over ons leven in handen te hebben, maar is dat ook zo?

Muziek

IV

Het liep helemaal mis met de koning die het volk zo graag wilde. Het werd een blamage. Het visioen verdween en niemand wist meer waar het ooit om begonnen was. Zonder dat ze het in de gaten hadden waren ze allemaal weer teruggevallen in een vernederende slavernij. De profeet weent. Hij rouwt om het verlies aan visie. Hij ziet de mensen frontaal in hun eigen valkuil stappen, hun ondergang tegemoet.

Maar dan hoort hij een stem die zegt: je kunt blijven rouwen maar je kunt er ook wat aan doen. Ga naar Bethlehem daar is een andere koning. Iemand die het tij kan keren. Iemand die ons leren kan wat waarachtig menselijk leven is. En zo ging de profeet. Met een kruikje olie in zijn hand. Op weg naar een dorpje van niets. Onder de zonen van Isaï zou er een koning zijn. Zijn zeven zonen staan al klaar om uitverkoren te worden. Ze zien er allemaal uit of ze zo koning kunnen worden.

En bij de eerste denkt Samuel al meteen: dat zal hem zijn. Hij zag er goed uit. Vitaal. Rijzig en met stevige spierballen. Ja, ook de profeet zelf was aangestoken door het virus van de vitaalste is de beste. Maar diezelfde stem die hem op weg deed gaan, fluisterde: die is het niet. En bij de volgende zoon fluisterde de stem opnieuw: die is het niet. En zo ging het zeven keer. En dan te bedenken dat zeven het getal van de volheid is. ‘Zijn dit al jouw zonen, Isaï ? vraagt Samuel. En hij kijkt de kring nog eens rond. Isaï twijfelt maar zegt dan: ‘O ja, we hebben er nog wel eentje maar die is schaapherder. Die zit buiten bij zijn schapen. Het achtste wiel aan de wagen’. ‘Laat hij maar komen’, zegt Samuel. En als de jongen binnenkomt – hij heeft mooie ogen en lijkt op de mens zoals bedoeld in ‘den beginne’- zegt de stem: die is het! Die jullie over het hoofd zien: die moet het zijn. Niet wat wij bedenken. Niet wat in het verlengde ligt van onze data gaat de wereld veranderen, maar juist degene aan wie wij helemaal niet denken. Die niet op onze lijstjes voorkomt: die is het. Juist dat ongekende andere dat zomaar in ons leven zich present stelt dat kon het nog wel eens zijn. En de jongen wordt te midden

van zijn broeders gezalfd tot koning. David heet hij. ‘Aan de mensen een welbehagen’ betekent die naam. Hij wordt de tegenkoning van Saul. De kritische spiegel die het volk moet wakker schudden. Hij moet het verschil gaan maken.

Met koning Saul gaat het niet goed. Hij slaapt slecht en heeft boze dromen. Hij is op het schild gehesen maar kan het niet aan. Wij zouden zeggen: hij zit in de verkeerde baan. Hij zit niet daar waar hij tot zijn recht komt. En daarmee stort hij zichzelf en anderen in het ongeluk. Het gaat niet goed met Saul. Zijn passie is weg. Hij heeft geen geestkracht meer. En elke visie ontbreekt. Zijn knechten maken zich zorgen en suggereren hem dat hij wel wat harpspel kan gebruiken. Dat zal hem goed doen. En de dienstknechten zeggen tot Saul: we kennen nog wel iemand die daar heel goed in is. Het is een herdersjongen en hij komt uit Bethlehem. Even later zit de door Samuel gezalfde David tegenover Saul te spelen op zijn harp. Het is het eerste dat hij als net gezalfde koning doet. Nee, hij begint niet met een donderpreek. Hij komt niet met grote oordelen. Hij speelt op zijn harp. En als die herdersjongen speelt, gaat gaandeweg Saul open. Hij krijgt adem van geest en wordt een beetje mens.

Muziek

I

1) En het geschiedde in die dagen,

dat er een gebod uitging van de keizer Augustus,

dat de hele wereld moest worden ingeschreven.

2) Deze eerste inschrijving geschiedde,

toen Quirinius stadhouder was over Syrië.

3) En zij gingen allen om te worden ingeschreven,

een ieder naar zijn eigen stad.

4) Ook Jozef ging op

van Galilea uit de stad Nazaret,

naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem genoemd wordt,

-omdat hij uit het huis en geslacht van David was –

5) om te worden ingeschreven

met Maria zijn ondertrouwde vrouw,

die bevrucht was.

II

6) En het geschiedde toen zij daar waren

dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou

7) en zij baarde haar eerstgeboren zoon

wond hem in doeken

en legde hem neer in de kribbe,

omdat voor hen geen plaats was in de herberg.

De evangelist Lucas heeft net het verhaal over David en Saul horen voorlezen in de Sjoel. Daar wil hij iets mee. Hij wil zijn verhaal over Jezus de bevrijder van mensen openen met een geboorteverhaal. En nu weet hij hoe het moet. Jezus moet natuurlijk in Bethlehem geboren worden. Hij moet iemand zijn a la David. Maar ja, hij heet Jezus van Nazaret. Hoe moet dat dan? Ze moeten dus van Nazaret naar Bethlehem. Zoveel is duidelijk. En wie is dan de Saul in het verhaal? Dat moet dan keizer Augustus zijn. Hij die op de troon zit. De Mark Zuckerberg van die tijd. Die wil nog even weten hoeveel volgers hij heeft en wie dat eigenlijk precies zijn. Heel de wereld moet zich inschrijven zo zegt het verhaal. Maria heeft een engel op bezoek gehad. Gabriel heet die engel, gabber Gods. Met zijn woord over een andere wereld waarin mensen geen slaven maar werkelijk mensen zijn heeft haar bevrucht. Een visioen heeft haar zwanger gemaakt. En nu gaat ze met haar Jozef uit het huis van David op weg naar Bethlehem. Twee mensjes in een hele grote wereld. En voor dat kind uit haar schoot is natuurlijk geen plek in deze wereld. Hij is als die herdersjongen die Isaï over het hoofd ziet.

Hij is niet compatible met hoe wij denken. Hij past niet in onze logica. Is niet de uitkomst van ons jaaroverleg. Dat kind is anders. En daarom kan hij ook niet in een opgemaakt bedje wakker worden. Niet in een herberg dus, maar tussen wat schapen. In een stal. Daar wordt hij geboren. Een naakt mensje. Zoals we allemaal in wezen zijn. Uiterst kwetsbaar. Geen mooie spierballen. Ook geen opgeleukt CV. Maar zomaar een sterfelijk mensje, zoals we allemaal ooit waren. En in de kern van ons bestaan nog steeds zijn. Een kindje staat voor een nieuw begin. Voor mogelijkheid dat het ook anders kan in onze compromis-werkelijkheid. Dat kindje is als David die voor ons vanavond speelt op de harp. Dat kindje geeft ons nieuwe geestkracht om op te staan en te worden wie we werkelijk zijn. Een verhaal om bij te schuilen.

 

Ad van Nieuwpoort

Preek Witte Donderdag 2 april 2015

Avonddienst Witte Donderdag, Dorpskerk Bloemendaal
Voorganger: Ad van Nieuwpoort

Johannes 13

In de verstilling van deze avond zitten we dan hier aan deze lange gedekte tafel. We oefenen hier dat grote visioen van de ene lange wit gedekte tafel waar ooit op een dag heel de mensheid aan zal zitten. Met brood en wijn voor iedereen voldoende en niemand buiten de boot. Om dat visioen levend te houden, zitten we hier aan de tafel van de uittocht. Precies zoals in het verhaal dat we lazen.

Jezus met zijn twaalf leerlingen. Beeld van de twaalf stammen van Israel. Beeld van heel de mensheid. Die twaalf leerlingen geven ons als lezers de gelegenheid tot identificatie. We hebben de keuze. Op wie lijken we het meest? Of zijn we misschien het wel allemaal?  Er zijn er die eruit springen. Ook in het verhaal van vanavond. Petrus natuurlijk. En Judas. Maar ook die ene leerling aan de boezem van Jezus. Maar zo zijn er nog meer. Stille leerlingen. Waar we niet zoveel van horen. Maar die er wel zijn. Zij die zich misschien liever gedeisd houden. Op afstand blijven. Observeren.

We zitten allemaal om die tafel. Ook zoals nu vanavond. Misschien wel na een hectische dag. Of juist helemaal niet. Misschien wel vol zorgen en zwaarte om het leven. Om de dingen die maar niet willen lukken. Misschien wel boos op anderen. Of boos op jezelf. Verstrikt in een conflict. Niet kunnen vergeven. Of misschien juist wel heerlijk licht. Vrolijk en dankbaar. Zo zitten we dan als de twaalf leerlingen rondom dat ene verhaal dat al enige eeuwen meegaat. In deze kerk waar we ook niet de eersten zijn.

En dan staat in Jezus op. Johannes introduceert hem niet voor niets buitengewoon gewichtig: Van God uitgegaan. We weten het nog van dat hoge woord uit de proloog. Het woord van den beginne. Bij God. Ja zelfs als God. Het hoogst denkbare. Iets waar wij niet bijkunnen. Zo denken we.

Jezus staat op. En wat doet hij? Zonder woorden legt hij zijn klederen af, zo staat er. Alle opsmuk, alle waardigheid, alle buitenkant wordt afgelegd. Naakt als die mens van den beginne. God kleedt zich uit. De grote verheven beelden kantelen. Voetstukken vallen omver. De zogenaamd almachtige, alomtegenwoordige en wat dies meer zij: kleedt zich uit en doet een slavengewaad aan. Een linnen doek. En zo begint hij de voeten van zijn leerlingen te wassen. Hij knielt bij onze voeten. Onze moegelopen voeten. Die voeten die ons elke dag moeten dragen. En waarheen niet allemaal een levenlang? Waar zijn onze voeten niet allemaal al geweest? En waar zullen ze nog komen? Die voeten van ons. Ze staan voor weg die wij gaan. Door de groene weiden en de dorre woestijnen van ons leven. Voor sommigen een lange vermoeiende weg. Voor anderen weer een weg voor passie en vreugde. Maar soms ook teveel. Te moe. Jezus ziet de sporen van onze weg aan onze voeten. Wat moeten wij soms allemaal meezeulen? Je kan het zo zien.

Jezus knielt bij elke leerling. Niemand uitgezonderd. Maar Petrus kan het niet aan. Deze kanteling is voor hem te groot. Dit is voor hem teveel de wereld op z’n kop. Ik moest denken aan een gemeentelid uit mijn eerste gemeente die op haar sterfbed lag. Zo vroeg mij nog een keer te spreken. Een van mijn meest actieve gemeenteleden. Altijd maar in weer om pannetjes soep bij mensen te brengen. Altijd attent voor anderen. We noemden haar wel eens de moeder Theresa van Amstelveen. Maar een paar weken geleden ging het niet meer. Ze deed nog haar best om uitvoerig naar mij te vragen. Maar ik merkte hoe moeilijk ze het vond om nu zelf eens die aandacht te krijgen die ze altijd anderen gaf. Ze kon het nauwelijks aan. Nu kwam ze zelf aan bod. Het kwam haar eigenlijk te dichtbij toen ik mijn handen op haar hoofd legde om haar te zegenen. Ze kon het nauwelijks aan en brak.

Altijd maar geven, die Petrus. Maar nu ook kunnen ontvangen? Dat is hem eigenlijk te ingewikkeld. Want dan ben je zelf in het geding. Hoe herkenbaar!

Jezus knielt bij elke leerling. Ook Judas wordt niet overgeslagen. Ook hij is en blijft een van de twaalven. Ook hij zit in ons. Laten we niet te gemakkelijk wijzen naar anderen. Hoe vaak zijn wij het zelf niet die de zaak verraden. Die de humaniteit vertrappen. Die spelen met vuur als het gaat om de meest dierbare zaken. Ook Judas zit bij ons aan tafel. Ook hij wordt bediend door hem die ons leert wat liefde is.

Zo zitten wij vanavond met dit verhaal aan tafel. Iemand vroeg nog: gaan we echt elkaars voeten wassen? Misschien volgend jaar. Maar voor nu is misschien dit verhaal wel voldoende. We gaan het oefenen met het ongezuurde brood van de uittocht. De exodus uit alles wat ons belast en bezwaart. Uittocht uit benauwdheid. Weten dat ooit die dag zal komen dat die hele grote beker zal rondgaan waar iedereen uit drinkt. Land van belofte dichtbij. In het verhaal van Jezus is het vlees geworden. Daarom laten we de beker vanavond ook maar rondgaan: teken dat ook aan ons deze grote dienaar niet voorbijgaat. Zo giet God zich aan ons uit. Bron van liefde om te vieren en te delen.

amen