Preek van de week

Wekelijks staat hier de preek van afgelopen zondag. Om rustig na te lezen.
© Ad van Nieuwpoort

Preek van de week

Zondag 16 juli 2017, Bloemendaal

 

Psalm 115 en Handelingen 17

 

De recente roman van Adriaan van Dis getiteld ‘In het buitengebied’ gaat over alleen zijn. De hoofdpersoon doet tal van pogingen om zijn eenzaamheid te doorbreken. Hij koopt een door een Japanse provider aangestuurde robot die in staat is om zich steeds meer aan de hoofdpersoon aan te passen. Deze robot is begiftigd met grote kennis en gaandeweg kopieert en kent hij het gedrag van de hoofdpersoon. Het wordt zijn gezelschapsdame die de naam Akiko draagt. Als de hoofdpersoon onder de indruk is van een boom dan weet zij aan welk gedicht hij denkt. Akiko kent namelijk alle lievelingsgedichten van de hoofdpersoon uit haar hoofd en weet precies waar de hoofdpersoon aan denkt nog voordat hij iets heeft gezegd. Wat hij wil dat doet ze. Ze blijkt ook nog eens uitstekend in bed te zijn. Geweldig! Eenmaal in de 24 uur wordt ze opgeladen met nieuwe informatie zodat ze steeds beter aanvoelt wat de hoofdpersoon wil. Zo wordt ze steeds perfecter en sluit ze steeds meer aan bij wie de hoofdpersoon is. Wat wil je nog meer?  Ze is helemaal gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis. Wie wil niet zo’n huwelijk? Er worden geen lastige vragen gesteld. Geen ruzies over dat je te laat thuiskomt. Je kunt doen wat je wilt, er zijn geen meningsverschillen. Wie wil geen partner die alles doet alles doet wat je zegt? Maar toch. De hoofdpersoon mist iets. Alleen weet hij niet wat. Er ontbreekt iets fundamenteels. Uiteindelijk bevredigt het de hoofdpersoon toch niet en schrijft hij naar het zogenaamde Brain Team dat achter deze ‘beeldschone’ robot zit. Hij schrijft:

“Heren, het is me opgevallen dat Akiko is ingesteld op herhaling. Ze slaat op en interpreteert. Ze weet steeds beter wat ik van plan ben, kent mijn gewoonten en kopieert mijn gedrag. Hoewel ze een grotere woordenschat heeft dan ik, neemt ze zelfs mijn vocabulaire over. En ze steelt sinds kort ook mijn grappen. Voor aanpassen geef ik haar een 10! Maar als het om liefde gaat of medeleven blijft ze kil. Ik moet het voorbeeld geven. Maar hoe kan ik geven wat ik mis?’ Ja: hoe kan ik geven wat ik mis…

Het Brain Team antwoordt dat ze haar brein elke 24 uur verbeteren, maar dat liefde lastig te programmeren valt. En als het om emoties gaat. Ze kan getraind worden. Maar, zo zeggen ze: ‘We kunnen haar niet laten huilen. Akiko is geen plaspop’.

 

Ook het Athene uit ons verhaal staat vol Akiko’s, zou je kunnen zeggen. Overal waar je kijkt zijn godenbeelden te vinden met hun heiligdommen. De ene is nog mooier en perfecter dan de andere. Voor alles in het leven is wel een god bedacht. Goden als projecties van onze droombeelden, onze fantasieën. Prachtige goden staan daar op die Acropolis. Ze weerspiegelen onze hang naar het vitale, perfecte leven. Je ziet de spierballen, de mooie benen en schitterende borstpartijen. Ze weerspiegelen onze diepste verlangens, zo lijkt het. Er is heel wat in geïnvesteerd. Ja, zo’n Akiko kost wat, maar dan heb je ook wat. Kortom: het publiek van Paulus is buitengewoon godsdienstig en gelovig. Er is geen atheïst te vinden. Alles wordt aan de goden geofferd. De mensen zijn er dagelijks voor in touw. De godsdienst bepaalt het hele leven. Hoe mooi kun je het hebben?

 

Maar wat lezen we? Paulus’ geest raakt geprikkeld. Het raakt hem wat hij ziet. Hij is net zo geraakt als bij dat slavinnetje met die Python geest. Zij die precies zei wat ze moest zeggen maar tegelijk niet in vrijheid leefde. Dat is misschien wat Paulus ook hier in Athene zo ergert. Hij ziet al die gelovige mensen. Ze lopen de benen uit het lijf voor hun geloof, maar Paulus ziet iets wat door zijn publiek niet wordt geweten. Waar de mensen in Athene zich niet bewust van zijn. Hij ziet namelijk dat die goden alleen maar een verlengstuk zijn van de mensen die ze gemaakt hebben. Sublimaties van onvervulde verlangens.

En dat komt vanochtend ook dichtbij. Want hebben ook wij God vaak niet gemaakt naar ons beeld en gelijkenis? Een God die vooral zegt wat wij graag willen horen. En doet wat wij willen? Nee, die context van Athene is niet ver. Het houdt ook ons een kritische spiegel voor. Is de Christelijke God ook niet soms geworden als die goden daar in Athene? God als Lückenbüsser, zoals Dietrich Bonhoeffer zo treffend typeerde? God als gatenvuller? Als oplossing voor onze problemen? Als antwoord op al onze vragen? Als verklaring van al onze raadsels? Die grote Scheppergod waar we zo graag in geloven willen. Die achter alles in het leven en de natuur zit. Die alles wat er gebeurt zo bedoeld heeft. Die heel ons leven heeft voorgeprogrammeerd. Die God die jou succesvol maakt. Die prosperity-god die deze dagen ook in het Witte Huis zo populair is. Jouw succes, jouw rijkdom als teken van godvruchtigheid. De theoloog Peter Rollins zegt ergens dat ook in de kerk de God van de bijbel is gereduceerd tot een afgod. ‘Tot een ding dat ons moet bevredigen en onze leegte moet opvullen.’ Maar geldt dat niet ook in het seculiere leven waarin men opgelucht de godsdienst van zich afgeschud denkt te hebben? Hoeveel seculieren goden worden er vandaag niet vereerd en gediend? Dat eindeloze rennen van ons. Hijgend op zoek naar erkenning. Maar uiteindelijk nooit worden bevredigd, zoals ook de psychiater Koerselman signaleert. Carrière-drift als hang naar wat je maar niet krijgt in onderling menselijk verkeer. Je materie die je gelukkig moet maken maar het natuurlijk uiteindelijk niet doet. Een nog groter huis, en een boot en grote reizen. Allemaal Akiko’s.

 

En Paulus gaat in gesprek met al deze mensen. Hij trekt zich niet als een Jona hoofdschuddend terug met zijn eigen waarheid. Hij staat daar niet klaar met zijn oordeel alsof hij zelf het bij het rechte eind zou hebben. Nee, dat heeft de kerk wel vaak gedaan, maar dat doet Paulus niet. Hij gaat in gesprek. Ook met de vigerende filosofie. Met de Epicurus adepten die de religie aanhangen van pluk de dag en na mij de zondvloed. En Paulus gaat in gesprek met de stoïcijnen die menen dat je je gewoon moet neerleggen bij wat er gebeurt.

‘De mens wikt maar God beschikt.’ En als je dat een beetje lukt, dan leef je rustig en in balans. Het zijn gedachten die ook vandaag volop overal te vinden zijn. Er is weinig veranderd in al die eeuwen. Maar in die gesprekken blijkt Paulus het te hebben over zaken die voor de Atheners nieuw zijn. Vreemd ook. Paulus benoemt iets wat niet wordt geweten. En dat intrigeert. Het is dat vergeten verhaal van Mozes en Jezus. Dat verhaal dat ook in ons postchristelijk Europa is vergeten. En misschien in de kerk ook wel is vergeten omdat we het hebben weggemoffeld onder tal van dogmatieken, vage spiritualiteit en geloofsbeelden.

 

Athene wordt nieuwsgierig en zet Paulus op de Areopagus. Dat heuveltje tegenover de Acropolis. Paulus krijgt een podium. En dat podium neemt hij ook. En je merkt aan alles dat hij zijn uiterste best doet om aan te sluiten bij zijn publiek. Ergens heeft hij een klein altaartje gevonden, zo begint hij, dat alles zegt. Een altaartje waarop staat: Aan een onkenbare God. Het is vaak vertaald met ‘onbekende God’ maar letterlijk staat er in het Grieks: Agnooston: onkenbaar. We vinden dat ook al bij Homerus. Aan een onkenbare God. En daar zit hem precies de crux. Het gaat Paulus hier niet om te vertellen dat ze nog een God over het hoofd hebben gezien. Nee, het gaat hem om iets fundamenteel anders. Al die goden die jullie hebben, zo zegt hij, die hebben jullie zelf gemaakt. Met eigen handen gefabriceerd. We zouden vandaag zeggen: geprogrammeerd. Ze moeten allemaal voldoen aan jullie wensen. Alles wat jullie denken en geloven zit in die goden. Want die hebben jullie zelf gemaakt. Je kan niet iets maken dat je niet kent. Zo simpel is dat. Het zijn dus allemaal Akiko’s. Geweldig! Voortreffelijk! Ze doen alles wat je wilt. En ze zeggen wat jij denkt. Kostelijk! Onze God leek ook een tijd lang op Abraham Kuyper. Of in de meer linkse variant: Albert Schweitzer. Geweldig. Een God die precies zo dacht zoals wij. Onze partij! Onze school! Onze krant! Het is allemaal uit zijn hand. God die zijn handtekening mocht zetten onder onze beleidsplannen en onder onze belijdenissen.

 

Maar Paulus komt nu aan met die onkenbare God. Dat is er eentje die dus niet op begrip te brengen is. Die is niet te vangen. Zelfs niet in onze mooie belijdenis. Het is een God die zich daaraan onttrekt. Als we denken dat die bij ons aan tafel zit, zoals bij de Emmaüsgangers, dan is hij al weer weg. Hij heeft ons geloof niet nodig. Het is zelfs de vraag of wij wel in hem geloven kunnen. Het is precies andersom. Hij is niet het object van ons geloof. Nee, hij gelooft in ons. En dat is vreemd. Dat is gek. Dat is nieuw. Dat zet alles op z’n kop. Datgene wat die hoofdpersoon in het boek van Van Dis mist aan die Akiko is ten diepste: liefde. Dat mist hij. En liefde is niet te programmeren. Niet met mensenhanden te maken. Dat lukt niet. We kunnen heel veel. Steeds meer. Maar het allerbelangrijkste in het leven, dat wat heel ons leven draagt, het fundament is van ons doen en laten: dát kunnen we niet maken. Dat hebben we niet in handen. Onkenbaar.

 

En dan pelt als het ware Paulus de schillen van de godsdienstigheid af. Hij probeert zijn publiek mee te nemen in een ongekend omdraaiing. Hij probeert in een paar zinnen een Copernicaanse wending te voltrekken. Die onkenbare lijkt heel ver weg, maar is veel dichterbij dan al die Akiko’s die wij hebben verzameld. Hij is ons leven. Onze adem. Hij blijft niet mechanisch op een afstand, maar is ons meer nabij dan wie ook. Alles wat menselijk is, wat waarachtig menselijk is, ademt zijn adem. In hem bewegen wij en zijn wij. En dan valt het woord ‘gerechtigheid’, ‘rechtvaardigheid’. Het woord dat alles te maken heeft met recht en tot je recht komen. Met menselijke proporties. Dáár is het deze onkenbare God om te doen: dat wij tot ons recht komen. Dat wij mensen worden zoals bedoeld. Deze God hoeft geen godsdienst. Hoeft geen tempels. Deze God wil dat wij mensen worden naar zijn beeld en gelijkenis. En Paulus vertelt het verhaal waardoor hij zelf zo geraakt is. Wat hem ook van zijn godsdienstigheid heeft afgeholpen. Die liefde van dit geheim gaat zelfs zover dat het afgedaalt in de diepste diepte. Ja, zelfs in de dood van het graf. En waarom? Om ons te doen opstaan. Om ons te doen opstaan uit de doden. Om ons uit te leiden uit onze benauwdheden. Zomaar achter die ene mens aan. Hij noemt zijn naam niet. Maar hij doelt op die Messiasman Jezus. Bevrijder is zijn naam. Het is de mens die van binnenuit weet wat wij missen. Waarnaar wij op zoek zijn. Waardoor wij gedreven worden. Die mens die ons geeft wat geen Akiko ons geven kan. Namelijk: vertrouwen. Of anders: geloof. Basic Trust. Hij is het die ons nabij komt en zegt: Ik zal je rust geven. Ik zal he geven wat jij jezelf niet geven kan. Je bent gekend. Het is goed met je gemaakt. Je bent geliefd.

 

Een vreemd verhaal. Toen en nu nog steeds. Afwijkend. Ergerniswekkend ook een beetje. Een onkenbare God die in ons gelooft en ons doet opstaan uit al onze vermoeienissen. Velen haken af. Maar Dionysisus en Damaris zijn geraakt. Zij gaan als andere mensen verder in hun leven. Als opstandingsmensen. Geraakt door een liefde die sterker is dan wat ook. Zij wagen het met dit verhaal. Worden vervuld met vertrouwen. En wij? Laten we het hopen. Amen

Ad van Nieuwpoort