Palmzondag 5 april 2020, Bloemendaal

Jona 4 en Matteus 21 : 1 – 17

 

‘We hebben de wereld gereduceerd tot de beleving van het individu’, aldus psychiater en filosoof Damiaan Denys, dit weekend in NRC Handelsblad. ‘We kunnen’, zo zegt hij, ‘enkel nog denken vanuit onze persoonlijke, emotionele beleving’. Maar, zo zou ik zeggen, als nu iets wordt doorbroken in deze corona-tijd dan is het wel dit. De angst voor het ongewisse brengt ons deze dagen juist samen, zo schreef Marente Moor terecht. Niet voor niets sprak ook de Paus van het besef van een shared humanity. Als deze tijd iets duidelijk maakt dan is het wel dat ons allemaal hetzelfde lot treft. Of we nu op een duin hier in Bloemendaal wonen of in een sloppenwijk in India. Dit virus maakt geen onderscheidt tussen arm en rijk, allochtoon of autochtoon, gelovige of ongelovige. In alle willekeur slaat het toe. De een wel en de ander niet. In een huisgezin is de een doodziek en heeft de ander slechts een klein griepje te overwinnen. En zelfs uiterst gezond levende mensen worden getroffen. Al zijn in dit soort crises natuurlijk vooral de allerkwetsbaarsten de klos. Maar een ding staat vast: we hebben allemaal te maken met dezelfde dreiging. En daarom doet deze tijd zo’n dringend beroep op onze solidariteit, zo formuleerde ook Yuval Harari heel scherp in Time-Magazine. Het feit dat de G7 nauwelijks in staat is te komen met gezamenlijke maatregelen geeft te denken. In Italië ziet men de hulptroepen vooral komen uit Rusland en China. Het is misschien nog te vroeg om te oordelen, maar het zal zeker als een boemerang op ons terugslaan als we nu niet de krachten bundelen. Want dit virus is niet onder de indruk van onze grenscontroles. Schrikt niet terug voor prikkeldraad. Het laat eerder zien dat wij allemaal maar uiterst broze, kwetsbare en angstige mensjes zijn.

Aan het slot van dat hilarische profetenboekje Jona zit de profeet te mokken op zijn berg. Hij dacht het nog zo goed voor elkaar te hebben. Met zijn mooie geloof, zijn godsdienstigheid en zijn veilige leventje. Daar zit degene die dacht zijn eigen individuele leven los te kunnen zien van anderen. Die altijd met zijn oordeel klaar stond en meende dat hij de waarheid aan zijn kant had. Hij had graag even op afstand willen toekijken hoe het verderfelijke Ninevé zou instorten. Getroffen zou worden door het oordeel Gods. En zoals een van de tieners van onze tienergroep nog maar kort geleden eraan toevoegde: Jona had graag met een zak chips en colaatje erbij met zijn afstandsbediening de stad zien opgaan in rook. Hij is immers anders dan de anderen. Maar wat ziet Jona vanaf zijn veilige berg? Hij ziet het tegenovergestelde. Hij ziet niet een God die bezig is het kwaad te straffen, zoals ook deze dagen weer wat dominees suggereren, nee, hij ziet een God die er alles aan doet om zich over Nineve te ontfermen. Dat is wat hij ziet. Hij ziet een liefdevolle God in plaats van de oordelende die hij veel liever heeft. Jona moet ontdekken wat wij deze dagen dus ook moeten leren ontdekken: ons treft allen hetzelfde lot. We zijn allemaal mensen. Of je nu in Nineve wonen of in Jeruzalem. En als hij dan veilig onder zijn wonderboomdakje zit en ineens merkt dat dat dakje hem geen bescherming kan bieden: wordt Jona boos. Krijg nou wat. Ik had het toch allemaal goed voor mekaar? Ik zat mooi thuis weg ver weg van alle IC bedden te kijken hoe mijn beleggingen ervoor stonden. En nu blijkt dat zelfs mijn quarantaine dit virus niet buiten de deur kan houden…

 

Vandaag op deze Palmzondag komt de Messias op een ezel de vredesstad binnen. De man die niet met een boog om melaatsen, blinden, hoeren en tollenaars heenliep. De man die weende bij het graf van zijn vriend Lazarus. Die zich niet te groot voelde om de voeten van zijn leerlingen te wassen. Hij maakt de profetenwoorden die spreken over een koning op een ezel, waar. Dus niet op een paard. Niet met trommelgeroffel en een mediaoffensief, maar bijna onopgemerkt op een ezel. ‘Hosanna’ wordt er geroepen. Help toch! Ontferm u toch! Hij ontmaskert die mooie stad als een stad in nood.

Zoals wij ook vandaag die grote steden totaal leeg zien. Prachtige gebouwen, schitterende pleinen. Maar leeg. Zonder leven. Omdat iedereen thuis zit. Achter zijn ramen terwijl de vogeltjes fluiten en de lente zich aandient. Het ziet er allemaal prachtig uit, alleen het klopt niet. Je moet eigenlijk naar het ziekenhuis, maar je wilt niet omdat je het ergste vreest. Je wilt je partner omhelzen, maar je moet op afstand blijven Je wilt nabij zijn maar je kunt het niet. Die ander die jou tegemoet wilt treden zou jou zomaar kunnen besmetten. Die anderhalve meter gaan in tegen wat wij als menselijkheid ervaren. Kinderen thuis zonder school. Zoomen en skypen tot je er scheel van wordt. En dan maar steeds het coronanieuws aan. Een welvarende stad als New York ontploft en op het berooide Lesbos wordt het ergste gevreesd. We zien de statistieken en weten dat het nauwelijks kan kloppen. Wie test in een sloppenwijk, wie waagt het om de vergeten gebieden op het Afrikaanse platteland in te gaan? Mooie verhalen over quarantainetijd verbleken als we die verpleegkundige die het niet meer aankan met tranen in haar ogen zien staan. Als we de vermoeidheid zien in de ogen van de mensen die dit land door de crisis heen moeten loodsen. Nee, ‘Hosanna’ is zeker geen halleluja, zoals weleens gedacht is. Het is een schreeuw om hulp. Die koning op een ezel maakt die roep blijkbaar los. Prikt zonder problemen door onze façades heen. Spontaan werpen de mensen hun kleren op de grond. Maskers gaan af. En tegelijk weet die koning: vandaag Hosanna en morgen: Kruisigt hem.

 

De stad die hij binnengaat is tegelijk de stad waar hij zal worden gegeseld en geslagen. Waar hij zal worden gekruisigd en vermoord. Maar het vreemde is: hij laat zich daardoor niet hinderen. Hij zet door en doet wat niemand durft. Hij gaat de tempel binnen om de tafels van de wisselaars omver te werpen. De oude economische wetten moeten van tafel. De vastgelopen paradigma’s die maakten dat onze aarde werd uitgeput en de verschillen tussen de mensen alleen maar werden vastgezet. Hij gooit ze eruit.

Precies wat misschien ook wel deze dagen zou moeten gebeuren. Andere manieren van leven dienen zich aan. Wat nu kan met de bestrijding van dit virus, hadden we vier weken geleden als onmogelijk beschouwd. Even niet consumeren. Even stoppen met die 24 uurs economie. Even niet die ratrace. Wie het vier weken geleden riep werd schouderophalend met gehoon bejegend. Mooie ideeën, maar dat kan natuurlijk niet. Er zijn nu eenmaal van die wetmatigheden waar niet aan te tornen valt. En nu ineens is de lucht geklaard. Staan onze vliegreizen on hold. En nu pas komen de echte vitale beroepen aan het licht.

 

Ze komen onder de tafels van de wisselaars vandaan. Die kwetsbare mensen die wij over het hoofd zagen. Waar deze koning op een ezel verschijnt, komt de werkelijkheid aan het licht. Precies wat ook deze dagen gebeurt. En we houden ons hart vast. De stem van de Darwinist en de Christen zijn ook in mij druk met elkaar in debat. Wat is wijs? Maar temidden daarvan is daar dit eeuwenoude verhaal. Over eentje die gelooft dat deze wereld anders kan. Over eentje die ons wil leren dat we allemaal mensen zijn. Nee, niet ten prooi aan een wreed en willekeurig virus, maar geliefd en bewaard in een trouw die groter is dan de ongehoorzaamheid van die lachwekkende Jona. Hij ontfermt zich niet alleen over Nineve, maar houdt ook die mokkende Jona in liefde vast. De God van Jona blijft het met hem proberen. Elk mens gaat hem immers aan het hart. Ook deze dagen.

Amen