Pasen 2019, Bloemendaal

II Koningen 13 : 14 – 21 en Lukas 24: 13 vv

 

2 Koningen 13 : 14 – 21

 

14)      Elisa nu was ziek aan zijn ziekte,

            waaraan hij zou sterven,

            en Joas, de koning van Israël, daalde naar hem af,

            weende over zijn aangezicht en zei:

                        Mijn vader, mijn vader,

                        wagen van Israël en zijn ruiters!

15)      Elisa zei tot hem:

                        Haal een boog en pijlen!

            Hij haalde een boog en pijlen.

16)      Hij zei tot de koning van Israël:

                        Plaats je hand aan de boog!

            Hij plaatste zijn hand daaraan

            en Elisa legde zijn handen op de handen van de koning.

17)      Hij zei:

                        Open het venster naar het oosten!

            Hij opende het

            en Elisa zei:

                        Schiet!

            Hij schoot.

            Hij zei:

                        Een pijl van bevrijding door JHWH is het,

                        een pijl van bevrijding van Aram!

                        Je zult bij Afek Aram slaan

                        tot verdelgens toe.

18)      Hij zei:

                        Haal de pijlen!

            Hij haalde ze.

            Hij zei tot de koning van Israël:

                        Sla ermee op de aarde!

            Hij sloeg driemaal

            en stond toen stil.

19)      De man Gods werd woedend op hem en zei:

                        Je had vijf of zesmaal moeten slaan

                        dán zou je Aram tot verdelgens toe hebben geslagen.

                        Maar nu sla je Aram maar driemaal.

20)      Elisa stierf

            en ze begroeven hem.

            – Jaar op jaar komen de benden uit Moab het land binnen –

21)      En het geschiedde

            toen ze een man aan het begraven waren:

            Zie! Ze zagen een bende

            en wierpen de man in het graf van Elisa en gingen weg.

            De man raakte het gebeente van Elisa aan

            werd levend

            en stond op zijn voeten.

De profeet is ziek. Hij die zoveel mensen heeft getroost, gescherpt en nieuwe hoop heeft gegeven ligt op zijn sterfbed. Hij was het die het op drift geraakte volk bleef herinneren aan zijn roeping, aan zijn beginsel. Hij was het die de moed had om tegen de stroom in te zwemmen. Hij was niet bang voor de machthebbers. Hij durfde te benoemen waar iedereen voor weg liep. En tegelijk was hij een dienaar in alle bescheidenheid. Als je hem zocht was hij bezig achter de schermen. Hij voelde zich niet te groot om zich te bekommeren over de kleinsten der mensen. Elisa is ziek. Hij is ten dode opgeschreven. Elisa, hij is een beetje als die brandende Notre-Dame, deze week. Als dat huis dat het verhaal bewaarde dat wij gaandeweg aan het vergeten zijn. Ankerpunt in tijden van verhaalloosheid. Geruststellend idee dat ondanks onze vergetelheid er nog van dit soort ‘bewaar-tempels’ zijn. Zoals een Zuidas-advocaat mij ooit toevertrouwde in de tijd dat ik daar werkte: ‘Heel fijn te weten dat jij hier zit met je kerk. Ik kom wel nooit, maar het geeft me een heel gerust gevoel’. Hij meende het echt.

 

Maar nu lijkt de profeet van het toneel te gaan verdwijnen. En wonderlijk genoeg is nu de koning ineens in rep en roer. Terwijl hij zich nooit iets van de profeet aantrok. ‘Hij deed wat kwaad was in de ogen van JHWH’, zo wordt van hem gezegd. Maar nu hij hoort dat de profeet op sterven ligt, heeft hij het niet meer. Om met Benno Barnard te spreken in zijn essay gisteren in NRC Handelsblad: ‘Frankrijk is ontzet en de hele westerse wereld is in de war, alsof we nu pas beseffen dat we zijn wat we kwijt zijn.’ De koning is in paniek. Hoe nu verder als er geen profeet meer is? Als niemand dat verhaal meer bewaart? Dat verhaal over bevrijding uit benauwdheid, over de kracht van kwetsbaarheid en liefde sterk als de dood? Zonder profetie, zonder visie, verwildert het volk, zo staat immers in de oude boeken te lezen. Hoe moet dat nu?

 

En de koning daalt naar hem af en weent. ‘Mijn vader, mijn vader’, zo roept hij. ‘Wagen van Israël en zijn ruiters’. Het zijn precies dezelfde woorden die Elisa uitschreeuwde toen zijn leermeester Elia ten hemel voer. Zag de koning Elisa dan als leermeester? En dan krijgt koning Josia een soort klein bijbelklasje. De profeet geeft vanaf zijn sterfbed de aanwijzingen. Zou deze koning de profetie kunnen bewaren? Kunnen wij het? Wie doet het anders, als wij het niet doen? De koning moet een pijl en boog halen. Wonderlijk. En de koning doet het. En vervolgens moet hij zijn hand op de boog leggen. En hij doet het. Als een toegewijde leraar legt Elisa zijn handen op de handen van de koning. Heel intiem. En dan moet de koning het venster naar het oosten openen. In de richting van het visioen. In de richting van de stad van vrede. Hij moet van mindset veranderen. Pas als je voor ogen hebt, waar het om gaat, krijgt je handelen inhoud en perspectief. Door dat venster kan hij goed zien wat dat visioen in de weg staat. Wat dus uit de weg moet worden geruimd. Of zoals men dat in coaching-taal noemt tegenwoordig: wat zijn de constraints? Wat zijn de obstakels die jou verhinderen je doel te bereiken? Ook dat krijg je scherp te zien als je in de goede richting kijkt. Verder dan de waan van de dag dus. Verder ook dan je volle agenda. Verder dan je eigen carrière-droompjes.

 

In dit verhaal is dat Aram. Het grote obstakel. De personificatie van het kwaad. Datgene wat voortdurend op de loer ligt om die kwetsbaarheid met voeten te treden. Bijvoorbeeld mensen die zo zijn gaan geloven in hun eigen gelijk dat ze alles dat anders is willen vernietigen. Bommen plaatsen op plekken waar onschuldige mensen samenkomen. En zo alle humaniteit kapot maken. Maar ook de haatzaaiers. Die achter alles een complot zien. Kwetsbare mensen alles in de schoenen willen schuiven. Het zal vast weer een moslim zijn geweest die de Notre-Dame in de fik stak. Dat soort mensen. Die genieten van elke steekpartij – om in het geniep hun politieke punt te kunnen maken. Onder het mom van betrokkenheid. Maar ook degenen die de taal verwarren. Liefde verwarren met onverschilligheid, bijvoorbeeld. Of spreken over vrijheid terwijl het precies het tegendeel is. De koning moet schieten om al die constraints uit de weg te ruimen. Al die hindernissen die het visioen saboteren. We zien hem zweten. En rennen. Want hij moet die pijlen ook weer ophalen. Een en al gehoorzaamheid, deze koning.

 

Het is zoals Elisa zijn leermeester volgde. Om te weten hoe het moet. Om dat slavenbloed echt kwijt te raken, moet je veel oefenen. Moet je het liefst elke zondag naar de kerk. Moet je dat andere verhaal je eigen maken. Want je vergeet het zomaar weer. En dan zit je weer precies in dat patroon waar je net uit was bevrijd. En de koning moet met die pijlen op de grond slaan. Bevrijding afdwingen, zo lijkt het. En hij slaat. Tot driemaal toe. En dan houdt hij op. Hij staat stil. Dat zal toch wel goed zijn? Drie keer? Op een gegeven moment moet je toch ook weer verder? En we zien hem omkijken naar Elisa. Is het zo akkoord? Maar Elisa schudt zijn hoofd. Had hij gezegd dat hij moest stoppen met slaan? Is dit gehoorzaamheid? Zal de koning werkelijk een profeet kunnen zijn? Nee, het wordt meteen duidelijk. Een profeet wacht namelijk op een stem. En stopt niet als hij zelf denkt wel te kunnen stoppen. De koning kreeg een lesje in ontvankelijkheid. Een bijbelklasje in leren niet je eigen plannetje te maken, maar te doen wat moet gedaan. Hij had meer dan het gewone moeten doen. Had moeten wachten op de stem van de profeet. Maar hij vond het zelf wel genoeg. Hij maakte er zijn eigen zingevingsprojectje van.

 

Nu is het gedaan met de profetie. Het is afgelopen. Als een nachtkaars gaat het uit. Elisa wordt begraven. Zand erover. ‘Hij stierf en ze begroeven hem’, zo staat er. Niks geen hemelvaart. Geen mooie begrafenis. Geen advertenties in de krant. Geen wenende mensen. Niks van dat alles. Die man die alles gaf wat hij had, is monddood gemaakt. Niemand die zijn mantel aantrekt. Elisa gaat dood. Zoals ook Jezus doodgaat. En we gaan over tot de orde van de dag. Niets meer van Elisa gehoord. Wat van hem over is, is wat gebeente. Meer niet.

 

Zo denken ook die twee mensen die Jeruzalem uitwandelen, het visioen achter zich laten. Totaal gedesillusioneerd. Het is niets geworden. Jezus is dood. Weer zo’n verhaal dat ophoudt. Je dacht even: dit is het. Maar het blijkt een illusie.  Zoals heel het leven een illusie is. Je dromen worden je stuk voor stuk uit handen geslagen. ‘Alles verliest zijn glans’, zei iemand me van de week. Maar je zit ergens in en je maakt het maar af. Je moet wat. Die baan. Dat huwelijk.

 

Maar dan is daar iemand anders. Zomaar. Iemand die even met je opwandelt. Die naar je luistert. Iemand die met dat oude verhaal aankomt, waarvan jij dacht dat we dat gehad hadden. In dat sprookje geloven we toch niet meer? Dat is nu toch wel klaar? Maar dan gebeurt er wat. Dan plotseling gebeurt er ook in dat verhaal van Elisa iets hoogst absurds. Op een dag wordt een begrafenis verstoord door rovers. De nabestaanden werpen het lichaam per ongeluk op het gebeente van Elisa. En dan gebeurt wat natuurlijk helemaal niet kan:

 

De man raakte het gebeente van Elisa aan

werd levend

en stond op zijn voeten.

 

Ineens wordt iemand aangeraakt. Zomaar. Bij toeval. Wat gedood was, wordt ineens weer springlevend. Vensters gaan open. Mindsets veranderen. Iemand voelt zich aangesproken. En nog iemand. En nog… Levens veranderen. Taal vernieuwt. Oude schatten worden opgedolven. Liederen worden aangeheven. Doorvertelde verhalen van langgeleden gaan weer spreken. Een nieuwe wind gaat er waaien. En wat vervlogen en verdord leek, krijgt nieuwe kracht en moed. Pasen noemen we dat.

 

Zoals ook bij jullie: Djoeke, Charlotte, Vincent en Bart. Gek genoeg. Nooit gedacht. Je gaat weer eens naar een kerk. Kijken of het wat is. Of je zit op een kring waarvoor je werd uitgenodigd. Op zoek misschien naar wat inspiratie. Of je schoonfamilie is al jaar en dag gepokt en gemazeld in die traditie. En je denkt, moet ik dat ook niet willen?

 

Zoiets is het. En dan blijkt die zeggingskracht veel groter dan je dacht. Dan ineens worden die woorden heel concreet. Die verhalen over uittocht uit de benauwdheid blijken geen verhalen van lang geleden maar werpen vruchten af. In de keuzes die je maakt. In je werk. In je leven. Je staat ineens vol hartstocht voor de klas oude verhalen te vertellen. Je merkt in gesprek met je cliënten dat je een aanstekelijke inspiratiebron hebt. Ineens word je geraakt door een lied. Voel je een traan op je wang bij een gebed. Voel je je bij de hand genomen als je je dierbare moet begraven. Ineens gaat er iets open. Dat venster op het oosten. Of zoals bij de Pesach-viering de deur op een kier wordt gezet. Nee, niet je vensters en deuren sluiten maar ze openhouden. Elia kan zomaar binnen komen wandelen.

 

En zo komt vandaag ook Jezus binnenwandelen. Heel gek. Kan helemaal niet. En toch gebeurt het. En hij spreekt ons aan en zegt: vreest niet. Kom je angst te boven. Hier ligt mijn profetenmantel. Trek je hem aan? Ik bid voor je dat jouw trouw niet bezwijkt. Ook als jij het even niet redt. En het niet kan geloven. Geeft niks. Dan geloof ik wel even voor jou. Dan neem ik dat stokje wel even van je over. Maar weet een ding: je bent geliefd. En die liefde krijgt niemand klein. Zelfs de dood niet.

 

Dat is Pasen.

 

Amen