Kerst 2018, Bloemendaal

Lukas 2

Mensen zijn nog nooit zo gericht op bevestiging van zichzelf geweest als de afgelopen jaren, aldus Frank Koerselman in zijn laatste boek ‘Wie zijn wij?’ Volgens deze psychiater heeft dat te maken met het verdwijnen van het geloof dat mensen het gevoel gaf onderdeel uit te maken van een groter geheel. Dat gevoel bood steun en relativeerde jezelf. Door het verdwijnen van die verticale dimensie zijn we eindeloos op zoek om erkend en gehoord te worden. En dat put ons totaal uit, aldus Koerselman. Niet voor niets vullen de straten van Parijs zich de afgelopen dagen met gele hesjes. Gele hesjes die normaal in het verkeer worden gebruikt om niet over het hoofd te worden gezien. Hoe begrijpelijk ook allemaal in een wereld waarin het eenzame individu het maar moet redden zonder verhaal, zonder betekenis. En dat in een wereld vol competitie. Worden we wel gezien? Zien ze ons niet over het hoofd? Een schreeuw waar een diep verlangen naar een zorgzame vader en moeder in doorklinkt. Iemand die je ziet en voor je zorgt. Een verlangen waar tegelijk hoogst bedenkelijke ideologieën graag misbruik van maken, zo zagen we in onze recente geschiedenis. En zo merken we ook nu weer.

Het aloude Kerstverhaal begint met de grote wereld en eindigt met een kind. Dat heeft een diepe zin. De verteller Lukas begint niet met Keizer Augustus om zijn verhaal over de geboorte van Jezus historisch kloppend te laten lijken. Hij begint ermee om er iets mee te zeggen. Iets dat ons juist ook vandaag veel te zeggen heeft. Die wereld waarmee hij begint kennen wij immers maar al te goed. Ook in onze dagen. Die keizer die zijn macht wil wegen, die zijn spierballen wil meten met een wereldlijke inschrijving. Die keizer staat voor het verhaal van de macht. Voor het verhaal van wie de sterkste is, de machtigste. We dachten even enige tijd geleden dat dit soort keizers hun langste tijd gehad hadden. Dat ze plaats hadden gemaakt voor onze open liberale democratie. Voor een systeem waarin de samenleving om de zoveel tijd kon kiezen voor een nieuwe overheid die zich vooral ook dienstbaar zou opstellen aan de samenleving. We hadden de ideale vorm gevonden. De muur was gevallen en het einde van de geschiedenis diende zich aan. De ideale vorm waar iedereen zich wel in kon vinden, zo dachten we. Maar, zo schrijft ook Casper Thomas in zijn recente boek ‘De autoritaire verleiding’: overal zien we ineens autoritaire leiders opstaan. We zien het in Turkije, in Hongarije, in Polen, in Rusland en de VS. Sterke mannen die het heft in handen nemen en grote delen van de bevolking achter zich krijgen. De zogenaamd liberale democratie lijkt te wankelen, ook in Europa. Er is wantrouwen, onzekerheid. Het steeds meer eenzaam geworden individu smacht, zo lijkt het, naar een sterke vader die de natie beschermt en vooral ook de eigen identiteit voorop stelt. Die simpele oplossingen biedt voor complexe problemen. Ze staan op en doen hun werk. Al die vanzelfsprekende instituties die vooral gingen over samenleven, rechten van de mens, leren omgaan met andere culturen worden bevraagd en betwijfeld.

Het is het afgelopen jaar in een rap tempo gegaan. De straten van Frankrijk vullen zich nu met gele hesjes. Mensen die zich niet gehoord en gezien hebben gevoeld door wat wij zo mooi in elkaar hadden gezet. En het lijkt alsof de kloven in onze samenleving alsmaar groter worden. Het gaat gepaard met angst. Het angstvirus heeft ons in de greep. Angst voor wat komen gaat. Voor de toekomst van ons klimaat. Angst voor migrantenstromen. Angst voor het vreemde. Angsten die ook te maken hebben met het feit dat wij elkaar steeds minder lijken te willen kennen. En het liefst verkeren met mensen die eenzelfde achtergrond hebben, eenzelfde referentiekader. Instituties die heel verschillende mensen bij elkaar brachten brokkelen af. Er is geen gedeeld verhaal meer. Tal van psychiaters en wetenschappers zien daar de oorzaken voor de verwarring die zij dagelijks aantreffen. De oorzaken van depressie, de zorgwekkende toename van het aantal suïcides, scheidingen en eenzaamheid.

Dat is allemaal die wereld, waar Lukas zijn Kerstverhaal mee inzet. Een wereld gedomineerd door angst. Heel de wereld moet worden ingeschreven. Een wereld op drift voor de macht. Maar dan in dat grote verhaal over die grote wereld gaat het ineens over twee mensen. Twee mensen zoals u en ik. Met ons leven. Onze dagelijkse dingen. Onze kleine verlangens, onze hoop, onze wanhoop. Ineens wordt dat verhaal dat begint met die grote wereld, heel klein. Twee mensjes moeten ook op weg. Net als ieder ander. En wie het verhaal van Lukas een beetje kent, weet waar die mensen vandaan komen. Ze komen van wonderlijke berichten vandaan. Ze hebben een engel gezien en gehoord. En een engel staat in de bijbel voor de verbeelding. Voor de droom. Voor wat uitstijgt boven onze excelsheets. Die engel breekt in in de gesloten wereld van ons denken, van onze patronen, van onze comfortabele zones. Een licht gaat op en dropt een onwaarschijnlijk niet te geloven woord in de wereld. Een woord waar je poëzie voor nodig hebt. Heel veel goede kunstenaars en schrijvers en dromers. Om dat te kunnen verbeelden.

In dat woord gaat het namelijk over de hoop op een andere wereld. Hoop op een wereld waarin niet de spierballen ertoe doen, maar mensen met een naam en een verhaal. Mensen gekend en geliefd. De keizer, de macht, datgene waar wij macht aan toekennen, leidt ons alleen maar af van waar het nu echt om gaat in het leven. Ook de verslaving aan geld en materie kan je verblinden voor wat je nu werkelijk gelukkig maakt.

Daarom die engel. Als een soort wake up call! Van die engel komen Jozef en Maria vandaan. Eenvoudige mensen zonder enige statuur dragen het geheim van die nieuwe wereld met zich mee. Ze zijn op weg naar Bethlehem. Plaats waar je brood vindt. Niet alleen om te eten maar ook brood voor het hart. Fitness voor de geest. Iets dat wij vandaag de dag eindeloos verwaarlozen. We rennen ons suf door de duinen maar we vergeten onze geest. We lezen niet meer, staan niet of nauwelijks meer stil bij de denktradities waar we uitkomen. We hebben geen tijd voor oude verhalen omdat de whatsappgroepjes onze dagen opslokken. Maar Bethlehem staat voor die plaats waar je brood kan vinden voor je hart. We doopten niet voor niets ons kerkplein om tot Bethlehem deze dagen. Bethlehem is het symbool voor de stad van echte vrede. Niet ‘vrede’ als een mooi conferentiewoord waar we onze handtekening onder hebben gezet, maar vrede als een daadwerkelijke werkelijkheid waar mensen geen slaven meer zijn van Mammon maar echte mensen die niets liever willen dan leven met medemensen. Daar moeten Jozef en Maria heen.

Maar net als de wereld en onze agenda’s is ook Bethlehem vol. Geen plaats. Geen plaats voor iets en iemand die wij niet zelf bedacht hebben. En daarom die plek buiten. Tussen het schorriemorrie. Os en ezel in het Hebreeuws. Daar buiten ligt dat geheim. Zomaar in het open veld van Bethlehem. Voor ieder toegankelijk. Zonder enige drempel.

En wij? Waar zitten wij in dit verhaal? Wij zijn misschien wel als die herders in de nacht. Wij liggen wakker om alle klussen die nog moeten worden geklaard. Vanwege het teveel. Of we liggen te malen vanwege onze zorgen. Liggen in een leeg bed waar onze geliefde vroeger naast ons lag. Of misschien liggen we wel zwetend te verwerken wat we overdag liever niet lieten zien. We zijn als die herders bij hun schapen. Met hun gedoe. Met hun vreugde en hun verdriet. Maar misschien toch ook wel wat verkrampt door de angst. De angst voor de liefde, zoals Frans Kellendonk ooit zei. De angst om je te moeten geven aan een ander. Aan de vreemdeling bijvoorbeeld, die jou vragen stelt. Die een beroep doet op jouw mogelijkheden. Angst om je heilige huisje te verlaten.

En midden in die nacht. In onze wereldnacht. Is daar weer die engel. En wat zegt die engel? Die engel zegt: Vreest niet! Wees niet bang! Dat zegt die engel. En waarom dan niet? Waarom geen angst? Nu, zo zegt hij, er is iemand geboren die deze wereld in het licht zal trekken. Iemand die zal laten zien wat het geheim is van het menselijk leven. Iemand die voor het eerst eens zal uitleggen wat Mozes nou bedoelde als hij het over God had. God niet als een keizer. Almachtig hoog op een wolk. Niet als een alomtegenwoordige allesweter. Maar iemand die jou kent en bemint. Iemand die jou op je benen zet en je wijst op jouw mogelijkheden. Iemand die jouw eenzaamheid openbreekt en zegt: ik met jou. In leven en in sterven. Een kind is het. Een totaal kwetsbaar kind. Want alleen een kind kan jou achter jouw masker vandaan halen.

Ook dat kind zegt ons vandaag, net als die engel: Wees niet bang! Niet die keizers zitten aan de knoppen. Niet de spierballen hebben het laatste woord. Maar de liefde die jou het eerst heeft liefgehad. Laat je daar maar door leiden. Dan groeit er vertrouwen. En liefde en licht. En

worden we als mensen die elkaar de hand reiken om van deze wereld een plaats te maken waarin iedereen past. Wees niet bang. Of zoals Freek de Jonge zegt:

 

Wees niet bang

Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen,
vastberaden, doelgericht of aarzelend op de tast.
Houd je aan de regels, volg je eigen zinnen,
laat die hand maar los of pak er juist een vast.

Wees niet bang voor al te grote dromen,
ga als je het zeker weet en als je aarzelt, wacht.
Hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen,
het mooiste overkomt je het minste is bedacht.

Wees niet bang voor wat ze van je vinden,
wat weet je van een ander als je jezelf niet kent.
Verlies je oorsprong niet door je te snel te binden,
het leven lijkt afwisselend maar zelfs de liefde went.

Wees niet bang, je bent een van de velen,
tegelijk is er maar een als jij,
dat betekent dat je vaak zult moeten delen
en soms zal moeten zeggen laat me vrij.

 

 

Voor licht in duisternis bidden wij
voor mensen die niet wegkijken maar opstaan en het leven aangaan
voor mensen die zich niet laten gijzelen door angst en haatzaaierij
voor mensen die verder durven denken dan hun eigen heilige huisje
en het wagen met de hoop op zegen en liefde

Laat ons bidden
Omwille van dat kind in een kribbe
bidden wij u voor al die kinderen die reddeloos verloren lijken
verkillen in de modderplassen van onze akkoorden
verdwalen tussen de puinhopen die grote mensen achter hebben gelaten
wachten op een plek, met wat toekomst en wat dromen

Laat ons bidden
Omwille van dat kind in een kribbe
bidden wij u dat we niet zwichten voor simpele antwoorden op complexe problemen
dat we niet luisteren naar onze onderbuik, maar ons hart laten spreken
dat we niet buigen voor tirannen die de waarheid verdoezelen
maar ons laten inspireren door verhalen van geloof, hoop en liefde.

Omwille van dat kind in een kribbe
bidden wij u tegen het stressvirus dat rondwaart
dat we de ruimte zoeken om stil te staan
ons te laten voeden met de kritische tegenstem van kunstenaars, dichters en muzikanten

Dat we onze ziel niet verwaarlozen
maar weer een beetje mens worden zoals bedoeld
ons licht opsteken waar het donker is
en haat met vooral liefde proberen te bestrijden.

Amen