Preek Witte Donderdag 2 april 2015

Avonddienst Witte Donderdag, Dorpskerk Bloemendaal Voorganger: Ad van Nieuwpoort Johannes 13 In de verstilling van deze avond zitten we dan hier aan deze lange gedekte tafel. We oefenen hier dat grote visioen van de ene lange wit gedekte tafel waar ooit op een dag heel de mensheid aan zal zitten. Met brood en wijn voor iedereen voldoende en niemand buiten de boot. Om dat visioen levend te houden, zitten we hier aan de tafel van de uittocht. Precies zoals in het verhaal dat we lazen. Jezus met zijn twaalf leerlingen. Beeld van de twaalf stammen van Israel. Beeld van heel de mensheid. Die twaalf leerlingen geven ons als lezers de gelegenheid tot identificatie. We hebben de keuze. Op wie lijken we het meest? Of zijn we misschien het wel allemaal?  Er zijn er die eruit springen. Ook in het verhaal van vanavond. Petrus natuurlijk. En Judas. Maar ook die ene leerling aan de boezem van Jezus. Maar zo zijn er nog meer. Stille leerlingen. Waar we niet zoveel van horen. Maar die er wel zijn. Zij die zich misschien liever gedeisd houden. Op afstand blijven. Observeren. We zitten allemaal om die tafel. Ook zoals nu vanavond. Misschien wel na een hectische dag. Of juist helemaal niet. Misschien wel vol zorgen en zwaarte om het leven. Om de dingen die maar niet willen lukken. Misschien wel boos op anderen. Of boos op jezelf. Verstrikt in een conflict. Niet kunnen vergeven. Of misschien juist wel heerlijk licht. Vrolijk en dankbaar. Zo zitten we dan als de twaalf leerlingen rondom dat ene verhaal dat al enige eeuwen meegaat. In deze kerk waar we ook niet de eersten zijn. En dan staat in Jezus op. Johannes introduceert hem niet voor niets buitengewoon gewichtig: Van God uitgegaan. We weten het nog van dat hoge woord uit de proloog. Het woord van den beginne. Bij God. Ja zelfs als God. Het hoogst denkbare. Iets waar wij niet bijkunnen. Zo denken we. Jezus staat op. En wat doet hij? Zonder woorden legt hij zijn klederen af, zo staat er. Alle opsmuk, alle waardigheid, alle buitenkant wordt afgelegd. Naakt als die mens van den beginne. God kleedt zich uit. De grote verheven beelden kantelen. Voetstukken vallen omver. De zogenaamd almachtige, alomtegenwoordige en wat dies meer zij: kleedt zich uit en doet een slavengewaad aan. Een linnen doek. En zo begint hij de voeten van zijn leerlingen te wassen. Hij knielt bij onze voeten. Onze moegelopen voeten. Die voeten die ons elke dag moeten dragen. En waarheen niet allemaal een levenlang? Waar zijn onze voeten niet allemaal al geweest? En waar zullen ze nog komen? Die voeten van ons. Ze staan voor weg die wij gaan. Door de groene weiden en de dorre woestijnen van ons leven. Voor sommigen een lange vermoeiende weg. Voor anderen weer een weg voor passie en vreugde. Maar soms ook teveel. Te moe. Jezus ziet de sporen van onze weg aan onze voeten. Wat moeten wij soms allemaal meezeulen? Je kan het zo zien. Jezus knielt bij elke leerling. Niemand uitgezonderd. Maar Petrus kan het niet aan. Deze kanteling is voor hem te groot. Dit is voor hem teveel de wereld op z'n kop. Ik moest denken aan een gemeentelid uit mijn eerste gemeente die op haar sterfbed lag. Zo vroeg mij nog een keer te spreken. Een van mijn meest actieve gemeenteleden. Altijd maar in weer om pannetjes soep bij mensen te brengen. Altijd attent voor anderen. We noemden haar wel eens de moeder Theresa van Amstelveen. Maar een paar weken geleden ging het niet meer. Ze deed nog haar best om uitvoerig naar mij te vragen. Maar ik merkte hoe moeilijk ze het vond om nu zelf eens die aandacht te krijgen die ze altijd anderen gaf. Ze kon het nauwelijks aan. Nu kwam ze zelf aan bod. Het kwam haar eigenlijk te dichtbij toen ik mijn handen op haar hoofd legde om haar te zegenen. Ze kon het nauwelijks aan en brak. Altijd maar geven, die Petrus. Maar nu ook kunnen ontvangen? Dat is hem eigenlijk te ingewikkeld. Want dan ben je zelf in het geding. Hoe herkenbaar! Jezus knielt bij elke leerling. Ook Judas wordt niet overgeslagen. Ook hij is en blijft een van de twaalven. Ook hij zit in ons. Laten we niet te gemakkelijk wijzen naar anderen. Hoe vaak zijn wij het zelf niet die de zaak verraden. Die de humaniteit vertrappen. Die spelen met vuur als het gaat om de meest dierbare zaken. Ook Judas zit bij ons aan tafel. Ook hij wordt bediend door hem die ons leert wat liefde is. Zo zitten wij vanavond met dit verhaal aan tafel. Iemand vroeg nog: gaan we echt elkaars voeten wassen? Misschien volgend jaar. Maar voor nu is misschien dit verhaal wel voldoende. We gaan het oefenen met het ongezuurde brood van de uittocht. De exodus uit alles wat ons belast en bezwaart. Uittocht uit benauwdheid. Weten dat ooit die dag zal komen dat die hele grote beker zal rondgaan waar iedereen uit drinkt. Land van belofte dichtbij. In het verhaal van Jezus is het vlees geworden. Daarom laten we de beker vanavond ook maar rondgaan: teken dat ook aan ons deze grote dienaar niet voorbijgaat. Zo giet God zich aan ons uit. Bron van liefde om te vieren en te delen. amen