Interview met voorzitter van de Kerkenraad: Hanny Korstjens

Hanny Door Herman Schippers Een nagelnieuw appartement met veel lichtinval in een ruime living en uitzicht op het duinlandschap, dat is het decor waarin ik nader mag kennismaken met onze nieuwe preses. Als ik mijn eerste vraag stel: “Wie is Hanny Korstjens?” hoor ik een spontane lach, zie ik ook enige beduusdheid over mijn, misschien wat al te directe vraag, een nadenkfrons, en dan blijkt zij een gulle prater te zijn. Zij kiest voor het kerkelijk perspectief. "Ik kom uit een niet echt kerkelijk meelevend gezin, zat altijd op openbare scholen. Ik ben zelf altijd erg op zoek geweest, vond dat ik iets moest met geloof, heb met veel vragen gezeten, ben op catechisatie geweest. Op een gegeven moment heb ik belijdenis gedaan. Ik was ook toen actief in de kerk, betrokken bij jeugdwerk en dergelijke. We verhuisden naar Heerhugowaard. Daar ontmoette ik een predikant die op geloofsgebied mijn ogen heeft geopend. Vragen mogen blijven bestaan, maar je leven is een weg, al zoekende en vooral doende vind je een weg en de bijbelse verhalen zijn daarbij toch wel leidraad. Hij was iemand van: “Vingertje bij de tekst, en wat staat er nou precies? Wat zegt jou dat in je eigen leven en hoe past dat in de actualiteit?” Het was een heftige tijd, waarin ik erg bepaald werd bij de geloofswortels, bij het mens-zijn. Het was zo nieuw voor mij allemaal. Doen en leren bleek heel erg met elkaar verweven. Het heeft mij altijd zeer aangesproken dat je van alles kunt leren, maar het doen is daar direct aan verbonden. Ik ben ook zeer geïnteresseerd in het Jodendom. Heb op een Joods leerhuis gezeten en daar werd ik erg bepaald bij de samenhang tussen het leren, het doen, het dienen en het vieren. Ik ben toen betrokken geraakt bij vluchtelingen en arbeidsmigranten, namens de kerk, oecumenisch, en toen wij na tien jaar terugkwamen in deze omgeving, heeft mij dat gestuurd bij de keuzes die ik toen maakte. Toen kwam Stem in de Stad. Aanvankelijk zat ik daar als vrijwilliger maar al vrij snel werd dat een kleine aanstelling en daarna een fulltime baan als adjunct-directeur. Dat werk met mensen die helemaal niets hebben, de vluchtelingen, de mensen die doelloos door de stad lopen, dat werk heeft mijn hart. Het is niet zo dat ander werk minder belangrijk is, maar dit ligt mij. Zeven jaar geleden ben ik, nadat ik er 20 jaar had gewerkt, gestopt bij Stem in de Stad en toen ben ik bij het gevangenispastoraat terechtgekomen en dat heb ik nu, vanwege mijn functie in de kerk, met pijn in het hart neergelegd. Ondanks het feit dat de Haarlemse gevangenis gaat sluiten, is er nog heel veel werk te doen. Het is belangrijk dat de kerken daar aanwezig zijn. Vaak bieden de kerken het enige venster op de buitenwereld. Ik heb heel erg moeten nadenken over de vraag of ik voorzitter van de kerkenraad wilde worden, of dat mijn weg wel is. Maar uiteindelijk gaat het ook in Bloemendaal om het wezenlijke contact, wie ben jij? Vertel je verhaal. Een leerpunt voor mij is dat het verschil helemaal niet zo groot is. Ik heb best veel bestuurlijke ervaring, maar wil ook graag inhoudelijk bezig zijn. Mijn ideaal van een kerk is toch dat het een gemeenschap is waar men naar elkaar omziet, waar gevierd wordt, waar gebeden wordt, waar gediend wordt, maar die ook heel erg zich laat gezeggen door de wereld om ons heen. Natuurlijk, wij worden in Bloemendaal niet dagelijks geconfronteerd met verslaafden en ontheemden, zoals in het centrum van Haarlem, maar de agenda van de wereld is ook onze agenda. Je kunt niet bidden en vieren zonder oog te hebben voor de wereld om je heen en dat kan in Bloemendaal ook. Dat is een les voor mij en ook een uitdaging. Als ik zo rondkijk in de kerkenraad, denk ik dat het ook gaat lukken met dit team, terwijl we allemaal verschillend zijn, dat is mooi. Ik hoop dat we ook goede discussies met elkaar kunnen hebben en dat we anders mogen denken, maar wel in respect voor elkaar. Ik heb “ja” gezegd, dit komt op mijn weg en ik zal m’n best doen, in alle bescheidenheid. Daarnaast zijn wij privé ook betrokken bij de zorg voor een vluchtelingengezin en de mensen daaromheen, wat ik overigens ook heel belangrijk vind voor mijn eigen leven. In onze kerk zijn er wel lastige zaken die opgelost moeten worden, maar geen echte hoofdpijndossiers. De verbouwing van de Dorpskerk loopt vertraging op en dat heeft vervelende consequenties, maar op den duur komen we daar uit.Straks staat daar weer een prachtig gebouw! We moesten de laatste jaren veel met onszelf bezig zijn en ik heb groot respect voor de mensen die mij zijn voorgegaan. We mogen nu verder waarbij ik het mijne mag bijdragen. Als voorzitter moet je verbindend bezig zijn en moet je van alles weten, maar daarom hoef je nog niet van alles uit te voeren. Voor bijvoorbeeld financiën en bouwzaken hebben we heel deskundige mensen. De zondagse dienst is het kloppende hart van de gemeente. Dat wordt op allerlei plaatsen benadrukt, zoals in het meelezen op woensdag. Maar hoe concreet maak je je opdracht om open kerk te zijn? Ook in de kerkenraad moeten wij ons afvragen wat open kerk is. Brengen wij alleen de bijbelse verhalen ter sprake of gaat dat ook op een andere manier, gastvrijheid bijvoorbeeld? Eén van de mooie dingen lijkt mij dat we de kerk ook een paar keer in de week openstellen. Er is behoefte om in stilte, misschien op een gedenkdag, een kaars aan te steken en iets op te schrijven. De vluchtelingen, daklozen en verslaafden liggen niet op de stoep van onze kerk, maar het is wel op loopafstand waar dat wel gebeurt en het is net alsof dat hier in ons dagelijks leven aan ons voorbij gaat. Hoe leggen we die lijntjes naar die andere wereld? De ander in de ogen zien en weten: “Ik leer van jou”. Wij hebben uiteindelijk allemaal onze schade opgelopen. Dat wij in de kerk zo’n gemeenschap kunnen vormen, dat er oog is voor de zorg voor iedereen die dat nodig heeft en voor elkaar, daar ben ik heel hoopvol in, dat zie ik, dat heb ik al ervaren. Oké, tweede bakje koffie?"