Jezus is zoek

Onze tijd mist in toenemende mate een bezield verband, zo wordt alom beweerd. Vertrouwde ankerpunten lijken te verdwijnen en van aloude tradities blijven alleen wat flarden over. Velen hebben heimwee naar een tijd waarvan men nauwelijks meer iets afweet. We lijden massaal aan een lekkend collectief geheugen. Ik maak het geregeld mee dat een oeroud symbool als een crucifix of een bijbelverhaal als de ‘barmhartige Samaritaan’ niet herkend wordt. Als een gemiddelde Nederlander wordt gevraagd naar wat zijn of haar identiteit vormt, reiken de antwoorden vaak niet verder dan Koningsdag, pakjesavond en de Elfstedentocht. Daarin zijn Nederlanders opvallend eensgezind, zo concludeerde deze zomer Kim Putters van het Sociaal Cultureel Planbureau. Maar of deze identiteit ergens in is geworteld, daarop bleef het antwoord uit. Het is niet voor niets dat toen wijlen Pim Fortuyn sprak van een ‘verweesde samenleving’ dit door velen werd herkend. We zijn onze vader en moeder kwijt, zo lijkt het. Onze oorsprong, onze bakermat. En daarmee die beslissende oefening in vertrouwen en het ‘te goeder trouw leven’. Gezaghebbende instituties eroderen. Zelfs het meest gefundeerde wetenschappelijke onderzoek wordt van zijn sokkel gehaald en betwijfeld. Niemand weet het meer en daardoor wijkt het electoraat ook steeds meer uit naar de flanken en bloeit op vele plaatsen het fundamentalisme.

In het Kerstverhaal wordt een kwetsbaar kind in ons midden gelegd. Een kind zoals wij zelf allemaal zijn geweest. Zijn vader Jozef is niet zijn natuurlijke vader, zo gaat het verhaal. Hij komt ergens anders vandaan. Dat moeten we niet letterlijk historisch nemen, zoals zo vaak is gebeurd. Daarmee wil iets verteld worden. Dat kind verwijst misschien wel naar een oorsprong die wij kwijt geraakt zijn. Het is niet voor niets dat dit kind steeds weer verwijst naar zijn Vader. Als op een dag Jozef en Maria het kind Jezus kwijt zijn, vinden ze hem als een uitlegger tussen tora-geleerden, zo vervolgt het Kerstverhaal.

Hij is degene die de oude, vergeten bronnen van wijsheid opent, illustreert en toepast op de actuele vragen. En als hij vervolgens door zijn moeder wordt berispt dan antwoordt hij met de mysterieuze woorden: ‘Wist je niet dat ik moest zijn in wat van mijn Vader is?’. In dat antwoord ligt misschien wel de grootste waarde van het Kerstverhaal. Dit kind brengt ons terug bij de Vader, bij de bron en de oorsprong van het menselijk leven. Het knoopt aan bij ons ‘wees-zijn’ en wil ons verbinden met een aloude Hebreeuwse verhalentraditie die gaat over de vraag wat een mens nodig heeft om optimaal mens te kunnen worden. Een literaire Vader, zogezegd, die vlees wordt op plaatsen waar de humaniteit wordt hooggehouden. Bron van inspiratie, empathie en hoop. Maar vooral ook een bron die ons leert ‘te goeder trouw’ te leven. Broodnodig deze dagen. Hoe zouden we immers zonder onze oorsprong te kennen, weten waar we naartoe op weg gaan?

Ad van Nieuwpoort