Een vreemdeling ons geschonken

We staan deze dagen stil bij dat Kerstkind in de kribbe. Het leert ons van alles over de kracht van kwetsbaarheid. De weerloosheid van dat mensje laat zien wie nu ten diepste de God van de bijbel is. Heel vertrouwd en bekend allemaal misschien, maar tegelijk ook zo vreemd. En dat is precies de bedoeling want in dit kind, zo wil ook het verhaal, wordt ons een vreemdeling geschonken.

Ingewikkeld, dat vreemde. Juist deze dagen waarin een pleidooi wordt gevoerd de eigen cultuur te verdedigen. Een tijd waarin de behoefte aan identiteit als houvast groeit. Een tijd waarin elk vreemd element wordt gezien als een bedreiging en diversiteit als een gevaarlijk goed.

Maar toch, die vreemdeling komt op ons pad met Kerst. Hij kijkt naar ons en spreekt ons aan. Zonder die vreemdeling zijn wij nergens, wordt gezegd. Zonder die vreemdeling zijn wij enkel en alleen aan ons zelf en ons zelfgesprek overgeleverd. Die vreemdeling zegt ons wat wij onszelf niet zeggen kunnen. Hij maakt ons attent op mogelijkheden waar wij enkel onmogelijkheden zagen. Die vreemdeling maakt ons attent op waar het nog weleens om zou kunnen gaan in het leven. Pas in de ontmoeting met die ander die vreemd is, ontdekken wij wie wij zelf zijn.

Daarom is ook de huiver voor vreemde zo begrijpelijk. We worden met onszelf geconfronteerd. We moeten onszelf vragen gaan stellen terwijl wij het liever bij onze vanzelfsprekendheden houden. De vreemdeling vraagt ons het oude en vertrouwde los te laten, terwijl wij het liefst al onze zekerheden vasthouden. Daarom duiken we weg en zijn we bang om onszelf kwijt te raken.

Maar de vreemdeling van Bethlehem laat ons juist zien dat uittocht bevrijding is. Dat loslaten het begin is van iets nieuws. Die vreemdeling blaast leven in onze oude zielen en maakt dat wij nieuwe wijn kunnen drinken en dromen zullen dromen die wij nooit voor mogelijk hadden kunnen houden.

Het Kerstkind komt ons nabij en levert zich aan ons uit. Maar dan wel als een vreemdeling in wie wij ons geborgen mogen weten. Het geeft ons de moed om met een open vizier het nieuwe jaar in te gaan. Open voor wat ons niet vertrouwd is. Open voor dat andere en die ander die niets liever wil dan ons te ont-moeten.

Ad van Nieuwpoort